Vrijwilligerswerk

Marieke werkte een jaar op een sociale werkplek en zorgboerderij in Vorarlberg, Oostenrijk. Ze leerde er Duits spreken en maakte vrienden voor het leven. ‘Ik vond het een fantastische ervaring en zou het zo weer doen.’.”

Waarom ben je naar Oostenrijk gegaan?

Na de mbo-opleiding voor onderwijsassistent wilde ik een jaar naar het buitenland om een nieuwe taal te leren. Ik dacht zelf aan Spaans, maar mijn moeder zei dat ik kon kijken in Oostenrijk, waar mijn oma vandaan komt. Op de website van de zendorganisatie SIW Internationale Vrijwilligersprojecten vond ik dit project en via het European Solidarity Corps kon ik ervaring opdoen in een ander werkveld binnen welzijn en zorg, met verstandelijke beperkte volwassenen. Met een taalcursus zou ik Duits leren en ik zou veel buiten werken met mensen, op een boerderij. Dat was precies wat ik wilde.

Hoe was het?

De boerderij ligt in de Alpen, dichtbij de Zwitserse grens. Het is een mooie plek met veel ruimte en veel natuur. In de ochtend hoorde ik geen snelweg maar ezels. Ik vond het leuk om op zo’n andere plek te zitten, maar het begin was ook spannend. We begonnen met een rondleiding en kregen werkkleding. Op de eerste werkdag sprak ik nog bijna geen Duits en vrijwel niemand sprak Engels. De eerste weken was ik heel moe van alle indrukken. Ik sprak ook bijna geen Nederlands meer. In het begin belde ik nog vaak met mijn ouders, maar dat werd steeds minder.

Wat heb je gedaan?

Ik werkte in de keuken en het café. Door mijn opleiding kreeg ik al snel de verantwoordelijkheid over een meisje. Dit betekent enkele zorgtaken en lichte begeleiding. We maakten vaak salade van sla uit de tuin en ik begeleidde haar dan met samen snijden en schoonmaken. Ik hielp ook bij eten opscheppen en uitdelen. Met corona was het café dicht, maar mensen kwamen wel lunchen op het werk. In de laatste maand ging het café open en konden we mensen bedienen. We maakten ook taart die werd verkocht. Rond kerst had ik het idee om kaarten te maken. De kaartverkoop liep zo goed dat we uiteindelijk het hele jaar door kaarten hebben verkocht.

Hoe zit het met kosten?

We kregen lunch en warm eten op het werk en ik woonde samen in een huis met drie andere vrijwilligers: twee meisjes uit Spanje en Duitsland en een jongen uit Schotland. Accommodatie, reiskosten en verzekering zijn geregeld en per maand kregen we ieder driehonderd euro voor overig eten en zakgeld. Met de lockdown konden we daar makkelijk van rondkomen. De supermarkt was wel duur dus het was een uitdaging om op een goedkope manier aan lekker eten te komen. We hebben ook uitstapjes gemaakt, naar Wenen bijvoorbeeld. Dan is driehonderd euro niet genoeg, maar ik had in Nederland ook wat geld gespaard.

Wat heb je geleerd?

Ik kan me nu goed redden in het Duits en het meeste ook verstaan. Mijn Duits is niet perfect, maar wel veel beter dan toen ik kwam. Het werk zelf was leuk, maar ik heb het meeste geleerd buiten het werk om. Vooral sociale dingen. Je wordt veel zelfstandiger. Zo ben ik voor het eerst op mezelf gaan wonen. Je moet je eigen problemen oplossen als er wat fout gaat.

Wat doe je nu?

Ik ben in augustus 2021 teruggekomen. Het was even wennen om niet meer de hele tijd mensen om me heen te hebben. Ook de leefstijl met snowboarden, klimmen en wandelen mis ik wel. Ik ben in Nederland gaan werken als onderwijsassistent. Voor nu is dat leuk, maar ik wil wel geld sparen om weer te gaan reizen. Het is zo leuk om andere mensen te leren kennen met andere achtergronden.

Terug naar Overzicht

bgie