Skip to main content

Je gebruikt als coach verschillende algemene vaardigheden. Belangrijke vaardigheden zijn actief luisteren, krachtige vragen stellen en feedback geven.

7.1. Actief luisteren

Actief luisteren is als coach erg belangrijk. Door actief te luisteren kom je achter behoeften van individuen en de groep. Op die manier kan je beter inschatten wat zij van jou als coach nodig hebben. 

Vaak denken we goed te luisteren, maar is dat niet het geval. Er zijn drie luisterniveaus: 

  1. Je luistert vooral naar jezelf. Naar jouw gedachten, ideeën, behoeften en meningen. Je bent dus weinig gericht op degene naar wie je luistert en meer op jezelf en wat jij zal zeggen of doen in het gesprek of daarbuiten.
  2. Je bent echt gefocust op wat de persoon naar wie je luistert, vertelt. Je eigen gedachten en behoeften verdwijnen naar de achtergrond. Het is alsof er een spotlight gericht staat op de persoon waarnaar je luistert.
  3. Je bent gefocust op wat de persoon naar wie je luistert zegt en tegelijk ook op wat die persoon niet zegt. Je luistert dus ook naar de stiltes die vallen, let op de lichaamstaal en vangt alle informatie op die de persoon geeft. Het is alsof jullie samen in een bubbel zitten en de wereld rond jullie helemaal wegvalt. 

Luisteroefening 1: Verhalen vertellen
Tip: oefen eerst zelf met een collega voor je dit met de jongeren doet.

Niveau 1: Vraag aan de jongere om je een verhaal te vertellen over hun vakantie of favoriete hobby. Luister niet naar wat deze persoon zegt, maar naar wat er in jou opkomt als de persoon praat en zeg dat ook. Breek dus in in het verhaal van de ander zo vaak als je kan. 

Tip: dit luisterniveau is vaak frustrerend voor degene die zijn verhaal vertelt, dus zet een timer voor maximaal 3 minuten. Geef de persoon naar wie niet geluisterd werd de kans om diens frustratie te uiten en wissel dan. 

Niveau 2: Vraag opnieuw aan de jongere om je een verhaal te vertellen over hun vakantie of favoriete hobby. Bij voorkeur hetzelfde verhaal dat ook in niveau 1 verteld is. Luister nu echt naar de persoon en het verhaal. Hou je eigen verhaal bij je en stel alleen vragen die belangrijk zijn om het verhaal beter te begrijpen. 

Niveau 3: Vraag opnieuw aan de jongere om je een verhaal te vertellen over hun vakantie of favoriete hobby. Dit kan een nieuw verhaal zijn of het verhaal dat de persoon al eerder verteld heeft. Er valt altijd nog meer te ontdekken. Luister nu niet alleen naar wat de persoon zegt, maar ook naar wat de persoon niet zegt, dus let op lichaamstaal, stiltes, verandering in intonatie, energie, enzovoorts. 

Luisteroefening 2: Kaarten beschrijven
Kies een Dixitkaart en oefen daarmee de luisterniveaus. De opdracht van degene die luistert is om te weten te komen wat er op de kaart staat en wat dat voor jou betekent.

Dus op niveau 1 vertel je zo weinig mogelijk over de kaart, maar vooral veel over jezelf. Dit is dus hét moment om al je ideeën en behoeftes die niets met de kaart te maken hebben te delen. Op niveau 2 vertel je over de kaart en beantwoord je de vragen die de luisteraar je stelt. Op niveau 3 vertel je ook over wat deze kaart voor je betekent. 

Zet een timer, zodat degene die vertelt weet wanneer het volgende luisterniveau start en het verhaal hieraan kan aanpassen. 

 

7.2. Krachtige vragen stellen

Met actief luisteren alleen kom je er niet. Het stellen van krachtige vragen is als coach ook erg belangrijk. Hierdoor kan je het leerproces van jongeren op de juiste manier ondersteunen. Het is belangrijk te begrijpen wat krachtige vragen zijn. 

Krachtige vragen: 

  • Zijn open;
  • Zijn gericht op ontdekken en niet op uitleggen of verantwoorden;
  • Sturen de jongere op een ontdekkingstocht in hun eigen gedachten en ideeën;
  • Gaan er vanuit dat de jongere alle antwoorden heeft en ze alleen nog hoeft te vinden;
  • Zijn vragen die je stelt in luisterniveaus 2 en 3 (zie hierboven);
  • Beginnen niet met ‘waarom’ omdat mensen dan automatisch gaan uitleggen of zich verantwoorden;
  • Zijn in het belang van degene die je coacht en niet in jouw belang als coach. Jij bent dus niet bezig met het probleem op te lossen voor de jongere (luisterniveau 1), maar geeft hen de kans om zelf tot een oplossing te komen. 

Voorbeelden van krachtige vragen: 

  • Wat betekent dat (voor jou)? 
  • Hoe ziet dat eruit? 
  • Hoe voelt dit? 
  • Als je dit opnieuw zou kunnen doen, wat zou je dan anders doen? 
  • Wat leer je hieruit? 
  • Hoe draagt dit bij aan jouw persoonlijke groei? 
  • Welke richting wil je hiermee uit? 

Oefening 1: Krachtige vragen stellen 
Vraag een jongere je een kort verhaal te vertellen, luister op niveau 2 en 3 en stel vooral krachtige vragen. Je mag uiteraard ook om verduidelijking vragen, maar probeer die vragen te beperken tot maximaal ⅓ van de vragen die je stelt.

Als je een krachtige vraag stelt, geef je de jongere ook de kans om te ontdekken en tot een antwoord te komen. Dit zijn niet het soort vragen die je in een paar seconden beantwoordt, dus stilte en ruimte geven aan die persoon om op zoek te gaan naar het antwoord zijn belangrijk. 

 

7.3. Feedback geven en ontvangen

Naast actief luisteren en krachtige vragen stellen heb je te maken met feedback. Het geven en ontvangen van goede feedback is belangrijk voor een goed leerproces van jongeren. Feedback kunnen geven binnen het projectteam is een competentie waar jij de jongeren als coach in kan trainen door zelf goede feedback te geven en de jongeren de kans te geven om ook zelf te oefenen in een veilige leeromgeving. 

Enkele vuistregels voor het geven van feedback: 

  • Geef feedback als een geschenk met als intentie om het leerproces van degene waar je feedback aan geeft te stimuleren. 
  • Geef de feedback vanuit jouw standpunt en in ‘ik’-vorm.
  • Beschrijf concreet gedrag en de gevolgen daarvan op jou. Geef concrete voorbeelden. 
  • Geef zowel feedback over de dingen die je waardeert als de dingen die je moeilijk vindt. 
  • Check of de persoon waaraan je de feedback geeft, het ook begrepen heeft. 
  • Vermijd het om met iets positiefs te starten gevolgd door ‘maar’. Onderzoek toont aan dat de ontvanger het eerste positieve deel van de boodschap meteen vergeet of interpreteert als een onecht compliment als het gevolgd wordt door ‘maar’. Het is beter om voor jezelf je feedback op te splitsen in wat je waardeert en groeikansen en aan de ontvanger van de feedback te vragen waar die persoon mee wil starten. 

Hoe ontvang je feedback? 

  • Ontvang feedback op een moment dat je er open voor staat. Het is oké om een ander moment af te spreken als je voelt dat je er niet voor open staat. 
  • Ga niet in de verdediging en leg niet uit. Feedback wordt gegeven vanuit het standpunt van de ander, dus je hoeft niets uit te leggen of je te verdedigen.
  • Vraag om verduidelijking als je iets niet begrijpt.
  • Jij beslist wat je wil doen met de gegeven feedback. 

Oefening 1: de fiets
Teken een fiets of een ander voertuig en vraag aan de jongeren om hun rol en die van de andere teamleden aan te duiden op de fiets en om die rol ook te onderbouwen aan de hand van concrete voorbeelden. Je kan de hierboven beschreven regels voor het geven en ontvangen van feedback eerst uitleggen en de jongeren aanmoedigen om ze te gebruiken in het uitwerken van hun onderbouwing van waarom iemand dat bepaalde onderdeel van de fiets is. 

Tool 1: het kwaliteitenspel
Zoek online naar een lijst met kwaliteiten en valkuilen of uitdagingen. Geef aan de hand daarvan feedback. Je kunt bijvoorbeeld ook dit kwaliteitenspel gebruiken voor een lijst met kwaliteiten. Hier zie je verschillende spelvormen die gericht zijn op feedback geven en het leren kennen van de eigen kwaliteiten en die van het projectteam. Een deel hiervan kun je ook doen zonder de kaarten.

bgie