Skip to main content

Als coach is het goed om je bewust te zijn van de verschillen binnen het projectteam. Onderstaande tool helpt je om de groep in kaart te brengen en elkaar beter te leren kennen.

Tool 1: Portretten tekenen

  1. Geef elke jongere een wit A4 papier en een stift. Bovenaan schrijft iedereen hun naam en tekent een vierkant dat ongeveer ¾ van de pagina groot is. 
  2. Zet daarna een leuk muziekje op en geef iedereen de blaadjes door totdat de muziek stopt. Als iemand zijn eigen blad heeft, doe je nog één wissel met iemand anders. 
  3. Je zoekt nu de persoon wiens blad je hebt en tekent alleen de vorm van het gezicht en de nek op hun blad. Je zegt niet aan die persoon dat je hun blad hebt. 
  4. De muziek start weer en opnieuw worden de blaadjes doorgegeven, nu zo snel als kan. Als iemand zijn eigen blad heeft als de muziek stopt, doe je nog één wissel met iemand anders. 
  5. Je zoekt nu de persoon wiens blad je hebt en tekent de ogen en de neus. Opnieuw zonder tegen die persoon te zeggen dat je hen aan het tekenen bent.
  6. De muziek start weer en opnieuw worden de blaadjes doorgegeven, nu in slow motion. Als iemand zijn eigen blad heeft als de muziek stopt, doe je nog één wissel met iemand anders. 
  7. Je zoekt nu de persoon wiens blad je hebt en tekent de mond en het haar. Opnieuw zonder tegen die persoon te zeggen dat je hen aan het tekenen bent.
  8. De muziek start weer en opnieuw worden de blaadjes doorgegeven, nu over de schouder zonder elkaar aan te kijken. Als iemand zijn eigen blad heeft als de muziek stopt, doe je nog één wissel met iemand anders. 
  9. Je zoekt nu de persoon wiens blad je hebt en tekent de karakteristieke dingen van die persoon die nog ontbreken. Opnieuw zonder tegen die persoon te zeggen dat je hen aan het tekenen bent.
  10. De muziek start weer en opnieuw worden de blaadjes doorgegeven, nu langzaam terwijl je elkaar aankijkt. Als iemand zijn eigen blad heeft als de muziek stopt, doe je nog één wissel met iemand anders. 
  11. Je zoekt nu de persoon wiens blad je hebt en vraagt hen:
    - Wat zijn je hobby's?
    - Wat is je levensmotto en waarom?
    - Wat moeten de anderen zeker over jou weten? 
    Dit schrijf je onder hun portret.
  12. Nu hang je de portretten centraal in de ruimte op en kijk je er samen naar: 
  • Welke portretten lijken op de persoon? En welke helemaal niet? 
  • Hoe was het om de ander te tekenen? 
  • Hoe is het om door de tekenaars zo gezien te worden? Los van of je portret lijkt, maar met de focus op het feit dat anderen je zien en bepaalde dingen meer of minder belangrijk vinden of benadrukken?
  • Wat moeten anderen zeker over jou weten? 
bgie