Omgaan met conflicten in het team
Conflicten komen vaak voor, ook in groepen. Mensen moeten samenwerken en zijn daarbij van elkaar afhankelijk. Dat kan soms botsingen geven. Verandering, belangen en emoties spelen daarbij vaak een rol. Een conflict hoeft niet negatief te zijn: als je er goed mee omgaat, kan het juist zorgen voor verbetering en betere samenwerking.
In een projectteam zullen dus ook conflicten ontstaan. Als coach is het nuttig om verschillende soorten conflicten en conflictstijlen (manieren van omgaan met conflicten) te herkennen. Door jongeren hierin te begeleiden naar een oplossing of compromis, leren ze hun eigen stijl kennen én hoe ze in de toekomst zelf beter met conflicten kunnen omgaan.
Er zijn verschillende soorten conflicten:
- Intrapersoonsconflict: een conflict binnen het individu, zoals frustratie, identiteitscrisis en rolconflict
- Interpersoonlijk conflict: een conflict tussen twee individuen
- Intergroepsconflict: een conflict tussen groepen
- Interorganisationeel conflict: een conflict tussen organisaties
- Maatschappelijk conflict: een conflict tussen grote groepen (opstand, oorlogen)
Als coach in een Solidariteitsproject zul je vooral te maken krijgen met interpersoonlijke en intrapersoonsconflicten. Het helpt om inzicht te hebben in de verschillende conflictstijlen, zodat jij jongeren kan begeleiden in het bespreekbaar maken en oplossen van conflicten.
Ieder mens heeft een eigen unieke wijze om om te gaan met conflicten. De persoonlijke geschiedenis en ervaring maken dat iedereen een eigen conflictstijl ontwikkeld heeft. De onderstaande tabel biedt een overzicht.
Als je iemands conflictstijl wil typeren, analyseer je twee dimensies:
- De mate waarin iemand oog en oor heeft en vasthoudt aan het eigen belang (ideeën, inzichten, waarden en normen, gevoelens);
- De mate waarin iemand oog en oor heeft voor de belangen van de anderen.
In dit model zijn er vijf manieren om om te gaan met een conflict. Al deze stijlen hebben goede en slechte kanten en kunnen afhankelijk van de situatie meer of minder succesvol zijn.
- Begeleider - Toegeven, aanpassen, gladstrijken: Je past je makkelijk aan aan de ander. De relatie is voor jou belangrijker dan je eigen doel. Je geeft dus snel toe om ruzie te voorkomen of goed te houden.
- Scheidsrechter - Forceren, wedijveren, doordrukken: Je probeert je eigen zin te krijgen, ook als de ander het daar niet mee eens is. Je gebruikt soms je invloed of macht om te winnen.
- Buitenstaander - Vermijden, ontlopen, terugtrekken: Je gaat het conflict uit de weg. Je zegt niet duidelijk wat je vindt en trekt je terug. Het conflict wordt niet echt opgelost.
- Bemiddelaar - Samenwerken en exploreren: Je zoekt samen naar een oplossing die voor iedereen goed is. Je luistert naar elkaar en probeert beide belangen mee te nemen.
- Compromiszoeker: Beide partijen geven iets toe. Je komt elkaar halverwege tegemoet, zodat iedereen een beetje wint en een beetje verliest.
Iedereen kan alle conflictstijlen gebruiken, maar vaak heb je een stijl die je beter beheerst of vaker gebruikt, door je persoonlijkheid of ervaring.
Als coach kun je dit model gebruiken om met het projectteam te praten over conflicten. Je kunt jongeren vragen welke stijlen zij herkennen bij zichzelf. Daarna kun je samen afspraken maken over jouw rol bij conflicten. Wees daarbij duidelijk over wat jij wel en niet doet en wanneer het team bij jou terecht kan.
Het is ook belangrijk dat jongeren weten hoe jij zelf met conflicten omgaat en hoe jullie omgaan met een conflict tussen jou en één of meer jongeren. Duidelijke afspraken helpen niet alleen om problemen te voorkomen, maar ook om er beter samen mee om te gaan.
